In 1917 werd bij de bouw van het stoomgemaal te Appeltern, sinds mensenheugenis De Tuut genaamd, een schoorsteen met een hoogte van maar liefst 40 meter gebouwd. Het basement, het vierkante onderstuk waarop de ronde pijp is gebouwd bestaat uit 40 palen van 9 meter lengte met daarop een betonnen voet met wapening. Het stuk boven het maaiveld bestaat uit waalformaat metselstenen. In 1917 werd de schoorsteen door schoorsteenbouwbedrijf De Ridder gebouwd van de bekende rode radiaalstenen. De kosten van de stenen en het metselen bedroegen, exclusief transport van fundatie, basement, stenen en mortel FL. 3.589,-.

Na de bouw van het nieuwe Bloemersgemaal werd het gemaal in 1967, in afwachting van de sloop, stilgelegd. De opzet was om deze sloop te bekostigen uit de opbrengst van de vele tonnen ijzer van de ketels en de machines. Dit lukte echter niet en De Tuut werd overgeleverd aan de grillen van de natuur.

In 1971 trok het bovendeel van de schoorsteen krom omdat de zwaveldioxide in de rookgassen het cement tussen de stenen aantastte waardoor gips ontstond dat uit de voegen waaide. Hierdoor, maar zeker ook door achterstallig onderhoud, werd de verbinding tussen de stenen steeds minder. In 1971 werd daarom, uit veiligheidsoverwegingen en in afwachting van de sloop van het complex, de krom staande schoorsteen gecontroleerd opgeblazen. Als men alles tevoren had kunnen overzien was, zeker met goed onderhoud, de schoorsteen nog in originele staat bruikbaar geweest na de restauratie van De Tuut.

In 1995 besloot de inmiddels opgerichte Stichting Baet en Borgh tot de herbouw van de schoorsteen als onderdeel van de plannen tot algehele restauratie van het complex. Na enkele jaren van voorbereiding werd de herbouw in 1997 mogelijk. Ingenieursbureau Haskoning uit Nijmegen, tevens de oorspronkelijke ontwerper van De Tuut, controleerde de kwaliteit van de fundatie en maakte een plan voor de herbouw van een nieuwe schoorsteen.

Na heel veel voorbereiding kon in 1997 de herbouw eindelijk van start gaan. De eis van Monumentenzorg was dat herbouw van de schoorsteen moest gebeuren zoals dat rond 1900 gebruikelijk was. De meeste schoorstenen werden toen gebouwd met de speciaal daarvoor ontwikkelde radiaalstenen die de vorm van een taartpunt hadden. Behalve de specifieke vorm voor de bouw van ronde schoorstenen zijn radiaalstenen van een veel groter van formaat dan gewone bakstenen, waardoor veel sneller gebouwd kon worden. Uitgave van Museum De Tuut Januari 2020 Deze radiaalstenen werden in ons land vanaf 1893 geproduceerd door steenfabriek Canoy- Heriens te Tegelen. Hun belangrijkste concurrent was de in 1900 opgerichte Eerste Hollandse Schoorsteenfabriek, voorheen De Ridder& Co te Oestgeest. Dit laatste bedrijf bouwde in 1917 de schoorsteen bij De Tuut. Teneinde schoorstenen met een verschillende diameter en wanddiktes te kunnen bouwen werden stenen in diverse maten gefabriceerd. Stenen en bouwwijze zijn toegepast tot aan het einde van het tijdperk van de gemetselde schoorstenen, zo rond 1970. De grootste schoorsteenbouwers, De Ridder en Canoy-Heriens hebben samen zo’n 6.000 schoorstenen gebouwd; ieder ongeveer 3.000 stuks. Ook de schoorsteen van De Tuut die in 1997, volgens de methode van bouwen van rond 1900 werd opgetrokken. Om kosten te besparen werd de schoorsteen van binnenuit, dus ‘overhands’ gemetseld en gevoegd. Aan de binnenzijde van de schacht (de schoorsteen) werd een steiger gebruikt met aan de bovenzijde een rond plateau dat dagelijks een stuk omhoog werd gewerkt gelijk aan de vordering van de bouw van de schoorsteen. Voor het hijsen van het materiaal werd gebruikt gemaakt van een zogenaamde galgboom die aan de buitenzijde van de schoorsteen aan de reeds bevestigde klimijzers was vastgemaakt, Met het omhoogtrekken van de inwendige steiger werd ook dagelijks de galgboom verhoogd in de klimijzers.

De diameter van de schoorsteen is aan de voet 360 cm en aan de top, exclusief kop, 180 cm. De ronde schoorsteen heeft beneden, op het vierkante basement, de eerste 5 meter een muurdikte van 65 cm en de laatste 5 meter in de top een muurdikte van 25 cm. Per 5 meter wordt de wand ongeveer 10 cm dunner. In de schoorsteenbouw noemt men deze stukken van wisseling van dikte trommels. Aan de binnenzijde zijn de verlopen te zien. De buitenzijde is geheel glad met een langzaam verloop van de pijp naar kleinere diameter. Hiervoor is de zogenaamde magische lat gemaakt. Een schuin afgezaagde lat met een waterpas om de pijp recht en onder de juiste hellingshoek op te bouwen. Het goed ingewerkte team van aannemer Brink, met 2 metselaars en 2 opperlieden, metselde deze schoorsteen in 6 weken tijd op tot een hoogte van 35 meter, wat neerkomt op gemiddeld een meter per dag. In de schoorsteen zijn 40.000 radiaalstenen verwerkt, afkomstig uit midden Duitsland waar die toen nog werden geproduceerd. Later is in deze pijp een geïsoleerde binnenpijp van zogenaamd cortenstaal geplaatst om, door de huidige kortdurende belasting door warmte en koude, schade aan de gemetselde wand te voorkomen. De totale herbouwkosten van de schoorsteen bedroegen Fl. 330.000,- gulden. Na de herbouw van de schoorsteen is eind 1997 een groep vrijwilligers met de restauratie van de stoommachines en de ketels aan de slag gegaan.

Jan Reijnen.