Eén van de laatste, meest geavanceerde én nog werkende stoomgemalen van Nederland

Het laatste stoomgemaal

De Tuut is het enige van de vierendertig stoomgemalen in het Gelders rivierengebied dat bewaard is gebleven. Monumentenstichting Baet en Borgh, die het totaal vervallen gemaal in 1984 van het polderdistrict kocht, heeft weer helemaal in de oude glorie weten te herstellen.

Alleen maar vrijwilligers

De restauratie en de exploitatie van het gemaal is in handen van de projectgroep Stoomgemaal De Tuut. Monumentenstichting Baet en Borgh en de projectgroep Stoomgemaal De Tuut bestaan volledig uit onbetaalde vrijwilligers. Het herstel van het gemaal, het onderhoud en het ontvangen van bezoekers; alles wordt op vrijwillige basis gedaan.

Het markante raam en de indrukwekkende schoorsteen

Waarom het stoomgemaal ‘De Tuut’ heet

Stoomgemaal De Tuut is vernoemd naar de weg waaraan het museum gelegen is. De Tuut stamt af van de Tuyt, zo heet het gebied dat achter het stoomgemaal ligt. Waarschijnlijk duidt die naam op de vorm van het water waaraan het stoomgemaal ligt, een ‘puntzak’ of ‘tuyt’.

‘Stoomgemaal de Tuut’ of ‘stoomgemaal Appeltern’?

De officiële naam van het stoomgemaal is eigenlijk Stoomgemaal Appeltern. De Tuut is een soort geuzennaam, die in de loop der tijd de officiële naam heeft vervangen.

De bouw van Stoomgemaal De Tuut

Stoomgemaal De Tuut in Appeltern is gebouwd tussen 1917 en 1919. Decennialang was het één van de acht stoomgemalen in het Land van Maas en Waal. Samen zorgen deze gemalen voor de afwatering in het gebied, en zo hadden de inwoners na vele eeuwen eindelijk droge voeten. Het ontwerp is van het ingenieursbureau “Van Hasselt en De Koning” uit Nijmegen. Het is het oudste ingenieursbureau in Nederland, en ze bestaan nog steeds. Alleen de naam is iets veranderd, want tegenwoordig staat het bureau bekend als Royal Haskoning.

Een prestatie van formaat

De bouw van het stoomgemaal is uitgevoerd door aannemer G. van Heck uit Alphen. In juli 1917 ging de eerste heipaal de grond in. Dag voor dag werden de vorderingen door de opzichter opgetekend, en dat verslag is al die jaren bewaard gebleven en dus nog steeds in te zien. Wat de bouw overigens erg gecompliceerd maakte, was dat het stoomgemaal tijdens de Eerste Wereldoorlog gebouwd werd. Dat betekende dat alles gerantsoeneerd was, dus ook alle bouwmaterialen.

Stoomgemaal De Tuut, gezien vanaf de nabijgelegen Kasteelstraat.

Hoe Stoomgemaal De Tuut werkt

Het stoomgemaal zorgde voor de afwatering van regen- en kwelwater richting de Maas, en deed dat voor ongeveer 10.000 hectare van het Land van Maas en Waal en het rijk van Nijmegen. Ook kon er bij hoog water op de Maas regen- en kwelwater afgevoerd worden, zodat het land al vanaf het vroege voorjaar geschikt was voor bewerking.

Welvaart gaat gepaard met spaarzaamheid

Stoomgemaal De Tuut heeft de welvaart in dit deel van het Land van Maas en Waal doen groeien. Zo kon onder andere de landbouw in het gebied een ontzettende sprong voorwaarts maken, zonder al dat hinderlijke water. Het gemaal draaide echter niet continu, maar alleen als de hoge waterstand in Maas en Waal de landbouw hinderde. Uit zuinigheidsoverwegingen gebeurde dat zo weinig mogelijk. Pas ‘als de boeren voor het krooshek lagen’, werd het gemaal opgestart. Een gemaal laten draaien was immers een dure bezigheid; je had er de hele dag mankracht voor nodig, maar ook zo’n twaalf- tot vijftienduizend kilo kolen. Niet voor een maand, of zelfs een week. Nee, voor één enkele dag.

For privacy reasons Vimeo needs your permission to be loaded. For more details, please see our Privacy Policy.
Ik Accepteer

De restauratie van Stoomgemaal De Tuut

Voordat de restauratie van Stoomgemaal De Tuut begon, stond er niet veel meer dan een geraamte, en en paar roestige ketels. Zelfs van de schoorsteen was niets meer te bespeuren. Ondanks een chronisch geldgebrek – vooral in de jaren tot 1997 – wisten de vrijwilligers van Baet en Borgh, samen met onze sponsors van het eerste uur, de hoogst noodzakelijke restauratiewerkzaamheden aan de gebouwen te realiseren.

Nog een helpende hand

Dankzij de medewerking van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg is in 1997 de schoorsteenpijp geheel herbouwd. Ook kwam er geld beschikbaar voor het voltooien van de restauratie. Zo begon de revisie van één ketel, één stoommachine en één bemalingspomp, Ook de revisie van machine en pomp nummer twee is inmiddels voltooid. Tijdens de stoomdagen worden de machines afwisselend in bedrijf gebracht en weer stopgezet. Vooral dat starten is voor de bezoekers een ware belevenis. En eerlijk is eerlijk: onze vrijwilligers genieten er ook met volle teugen van!

De ketels

Ketel 1
Type: Cornwall

Verwarmd oppervlak: 30 m2
Roosteroppervlak: ca. 1,3 m2
Toegestane werkdruk: 12,4 kg/cm2

Ketel 2 en 3
Type: Lancashire

Verwarmd oppervlak: 70 m2 (ketel 2) en 80 m2 (ketel 3)
Roosteroppervlak: ca. 2,7 m2 (ketel2) en 2,9 m2 (ketel3)
Toegestane werkdruk: 12,4 kg/cm2

Oververhitter

Iedere ketel is voorzien van een oververhitter. In feite is dit een vroeg voorbeeld van het tegenwoordige HR-principe. De oververhitter ‘hergebruikt’ de rookgassen uit te ketel om de stoomtemperatuur te verhogen van 180 naar wel 300 graden. Een slim staaltje techniek dus, dat de tand des tijds goed heeft doorstaan.

De ketels in de stookruimte van Stoomgemaal De Tuut

De stoommachines

Aantal: 2 (identieke machines)
Fabrikaat: Gebr. Stork & Co.
Bouwjaar: 1918
Type: Eencilinder Gelijkstroommachine
Typeaanduiding: SSK 5½ a
Vermogen: 340 ipk
Toerental: 200 omw/min
Cilinderboring: 450 mm
Zuigerslag: 550 mm
Gewicht vliegwiel: 2.500 kg
Condensor: Injectiecondensor met natte-luchtpomp

De pompen

Aantal: 2 (identieke pompen)
Fabrikaat: Gebr. Stork & Co.
Bouwjaar: 1917
Type: Centrifugaalpomp met horizontale as
Capaciteit: 220 m3/min bij 200 omw/min en 2,5 meter opvoerhoogte

Het motorenmuseum

Tijdens groepsbezoeken en stoomdagen is ook ons motorenmuseum geopend. In het Motorenmuseum wordt onder andere de Loeffencollectie tentoongesteld. Deze collectie motoren is na het overlijden van de heer Loeffen, bij leven de molenaar van de stellingmolen de Wielewaal te Beneden Leeuwen, geschonken aan de Stichting Baet en Borgh. De motoren staan opgesteld in het in mei 2014 geopende museumgebouw.

Motoren van het allereerste uur

De verzameling betreft onder andere een aantal stationaire motoren. Deze machines werden gebruikt voor de aandrijving van werktuigen zoals pompen en blaasbalgen, maar bijvoorbeeld ook voor de aandrijving van zweefmolens. Mijnheer Loeffen verzamelde de oudste en meest primitieve verbrandingsmotoren. Veelal eerste probeersels van fabrikanten, die later grote bedrijven tot wasdom brachten. Ook omvat de verzameling een aantal heteluchtmotoren en een stoomtrekker.

In werkende staat

De motoren behoren tot de oudste, nog lopende verbrandingsmotoren in Nederland. We demonstreren graag de werking van deze motoren. Kuchend en ronkend laten ze stuk voor stuk zien waartoe ze ook nu nog in staat zijn. Het geluid van de motoren, de geur van benzine, warme olie en uitlaatgassen doen in het motorenmuseum de sfeer van honderd jaar geleden herleven.

Vragen over oude verbrandingsmotoren

In het motorenmuseum werken zeer deskundige vrijwilligers. Hebt u vragen en wilt u eens met deze mensen overleggen? Neem dan gerust contact met ons op!